12 | 11 | 2018
Waalwijk 1976 PDF Print E-mail
Written by Floris   

Waalwijk Mannheim aan de Goliat

Die foto zal van voor ’77 zijn. Want als je op het wit van de stuurhut kijkt zie een paddestoel, dit was de televisieantenne. Toen ik aanboord kwam heb ik een “paddel” versie erop gezet.
Ook zie in de boeiing (aan de achterkant op de witte lijn) nog geen gaten voor waterafvoer waar we in #94 over gesproken hebben.

De stuurhut staat nu in zijn hoogste stand. Normaal is de onderkant van de stuurhut gelijk met de bovenkant van de roef. De hoogte is met de hedendaagse versies niks, die gaan rustig 15 meter de lucht in om over de containers te kijken.
De stuurhut kan ook naar beneden en de ramen gaan dan over de onderkant. Dan is het dak gelijk met de roef. In het stuurhutdak zit een luik en daar kan je dan uitkijken en gelijk sturen en manoeuvreren. De schoorsteenpijpen, david, enz.  kunnen weg geklapt worden en de roeiboot op het achterdek. Zo kan alles op “kanaalhoogte” daar is de vaarhoogte veel lager door de bruggen en met zo nodig ballasten zijn toch de bruggen te passeren.
De foto is gemaakt tin Mannheim bij de Goliathkraan. Deze is speciaal gemaakt om zware stukken te kunnen laden in de schepen. De W boten zijn daar ook speciaal voor ingericht. Of dat kwam doordat Mammoettransport toen een onderdeel was van de KNSM? Ik vond dat altijd de mooiste ladingen, rekenen hoe je het beste de gewichten kan verdelen en daar tussen de losse onderdelen zien kwijt te raken. Er staat me een verhaal bij dat een type als de Moswijk een deuk in het vlak heeft gekregen door een verkeerde plaatsing.

De brug op de foto is een soort scheidingslijn… daar begin de “boven” Rijn en voor veel kapiteins een eng gebied. Dus dan kwam de loods aanboord en bracht je naar de eerste sluis in de Rijn, tegenwoordig is dat sluis Iffezheim. In mijn tijd op de Moswijk  hebben we weleens twee dagen op een loods liggen wachten omdat we geen grote broer erbij was om te slepen zodat sneller bij de sluis zouden zijn en de loodsen hadden geen zin in in een slakkegang.
Op de Waalwijk voer Nijenhuijzen zonder loods en bij de Zwitserse rederij waar ik later zat was er ook nooit een loods nodig. Dus ik leerde daar zonder loods varen. (Ik heb mijn vaarbevoegdheid tot boven Basel.) De rivier stroomt daar sterker en vroeger verliepen de zand/grindbanken nog weleens. Tegenwoordig zijn ze vaster door de kribben die geplaatst zijn. Maar er is geen betonning die de ondiepte afbakent. Er liggen wel tonnen maar dan moet je weten dat je bijvoorbeeld 300 meter er onder het kribbenveld gaat beginnen. Je gebruikt ze hoofdzakelijk voor de radarvaart. Maar er zijn ondiepe stukken en dat wil weleens veranderen. Van je collega’s hoor je (meestal over de marifoon) waar de slechte stukken zijn. Daar schuif je dan vaak letterlijk door de grind heen. Schuurt het vlak weer een beetje  smilie_character_pipe

Mat het varen op de rivier ga je vaak op waterstand laden. De kunst is zoveel mogelijk mee te nemen maar als je uit de zeehaven (Amsterdam) vertrek moet je bedenken hoeveel water er staat een week later. Opvarig zorg je dat je iets voorover ligt zodat je, als je de bodem raakt, niet een slag in de rondte gaat. Afvarig (richting Amsterdam) iets achterover dus.


Samen met Nijenhuijzen een lekke kop vervangen


De stuurhut van de Waalwijk met kapitein Nijenhuijzen

Doet me denken aan een voorval met Nijenhuijzen. We hadden ergens onder Bazel grind geladen voor Nederland. Op waterstand in de bovenrijn maar daar waren we binnen 24 uur dus normaal gesproken geen probleem. Liggen we in de laatste sluis, is de rivier gestremd omdat er een schip was vast gelopen. En dan groeit achter het schip gewoon een berg grind, die zie je dan ook vaak liggen. Probeer dat maar een uit in een riviertje met vakantie. Een plankje en achter dat plankje krijg je een bergje grind.
Dat schip is recht in de rivier getrokken en er is een vaargeul beschikbaar dus de Duitse Rijkswaterstaat geeft de rivier vrij tot een bepaalde diepgang, volgens mij 2.10 en wij lagen 2.60. Nijenhuijzen had na de oorlog bij de Duitse Rijkswaterstaat gewerkt met schepen lichten en zei, die houden 40 cm voor zich zelf. Starten, we gaan want het water was vallend dan zouden we terug moeten en ergens eerst moeten lossen, kosten en tijd dus….
We drijven met de motoren stationair de rivier af en naast het schip, ik zie het nog voor me, gaat het rivierwater  niet meer van voor naar achter maar opeens van achter naar voren met een behoorlijke snelheid; we zaten aan de grond naast het tankschip dat ook vast zat!!!
We worden door de Duitse politie opgeroepen over de marifoon en toen merkte ik de “paniek” bij die ouwe; in plaats van de telefoonhoorn pakte hij de microfoon van de geluidsinstallatie naar het voorschip om antwoord te geven. Verder merkte je niks aan hem.
Dan stuwt de rivier het water op en na een paar minuten? gaan we weer verder, over de bult heen. We hebben het gered. Wat Nijenhuijzen me later verteld is dat dan het allerbelangrijkste is om het schip recht in de stroom te houden zodat je niet dwars gaat, dan is het afgelopen. De rivier is daar ook vooral grind, heb je een zandbodem dan is het een stuk moeilijker om door te schuiven.
Toen ik heel veel later zelf kapitein was (op een gastanker) moest ik er zeker aandenken toen ik ook een keer op waterstand opvarig was. Vertrokken uit Vlissingen en onderweg merken we dat het water wel heel erg hard viel. Nu is vloeibaar gas overslaan een stuk ingewikkelder en gelukkig kwam ik oud collega’s tegen van de Zwitsers die me vertelde waar de moeilijke plekken zaten in de bovenrijn op dat moment, het zou toch mogelijk moeten zijn.
Dwars van de kerncentrale Philippsburg was zo’n plek. Maar toen we daar de berg grind in doken, dat hoor je via de geluidsinstallatie op het voorschip… had ik toch een naar gevoel op buikniveau. Want in de kranten komen met het verhaal gastanker vast bij een kerncentrale…..
Gelukkig beleven we doorschuiven en wist het diepste stuk te vinden en er was geen andere scheepvaart maar toch, ik was blij dat we later de sluis gehaald hadden.

Want weet je schippers zijn blijde mensen: blij dat ze thuis zijn, blij als ze aan de reis zijn, blij dat we leeg zijn, blij dat het avond is, blij als we in de sluis zijn  enz..

De zusterschepen Westwijk en Waalwijk in de sluis Ottmarsheim

 



Voeg deze pagina toe aan uw favoriete Social Bookmarking websites
Reddit! Del.icio.us! Mixx! Free and Open Source Software News Google! Live! Facebook! StumbleUpon! nujij msnrep ekudos TwitThis Joomla Free PHP