Home Diverse Goudplevier (Pluvialis apricaria)
22 | 06 | 2018
Goudplevier (Pluvialis apricaria) PDF Print E-mail

Goudplevier  (Pluvialis apricaria) A140 Eindconcept vogels 15 december 2006
 

1.  Status:
 
Vogelrichtlijn (inwerkingtreding 1981). Voor Natura 2000 relevant als niet-broedvogel.
 
2. Kenschets
 
Beschrijving: De goudplevier is een steltloper die broedt in veen- en moerasgebieden in het
noorden van Europa en West-Siberië. Het is een trekvogel die overwintert in West-Europa, vooral
in Frankrijk, rond de Middellandse Zee en bij de Kaspische Zee.  
De goudplevier houdt zich in ons land voornamelijk op in open agrarisch landschap en in
intergetijdengebied.
In het najaar (oktober-november) zijn meer dan 200.000 exemplaren een tijdje aanwezig in ons
land. In Nederland overwinteren gemiddeld 50.000-60.000 goudplevieren. De aantallen wisselen
en zijn sterk afhankelijk van de heersende weersomstandigheden. Zodra de vorst in Nederland
invalt trekken veel goudplevieren verder naar het zuiden. Ze keren doorgaans niet meteen weer
terug naar ons land wanneer de vorstgrens weer naar het noorden opschuift.
 
Relatief belang binnen Europa: De staat van instandhouding van de goudplevierpopulatie in de
Europese Unie is volgens ‘BirdLife’ ongunstig. De broedgebieden van de in de Europese Unie
verblijvende goudplevieren liggen op de Britse eilanden, in Denemarken, Noord-Duitsland  en de
Baltische staten (ondersoort P. a. apricaria) en in het noorden van Europa en Siberië tot 70  OL (P.
a. altifrons). De populatie van P. a. apricaria wordt geschat op 69.000 vogels. Vermoedelijk verblijft
slechts een klein deel daarvan in Nederland en bestaat de Nederlandse populatie vrijwel geheel uit
Pluvialis apricaria altifrons. Bij deze ondersoort worden drie populaties onderscheiden. De voor
Nederland relevante populatie van West-Europa en Noordwest-Afrika wordt geschat op 800.000
vogels. Hiervan verblijft naar schatting 30% in Nederland.
 

3. Bijdrage van gebieden
 
Huidige verspreiding en voorkomen binnen Nederland: De goudplevieren concentreren zich in
de herfst en in het voorjaar in Noord- en West-Nederland en in de IJsseldelta, vooral in gebieden
met open grasland en akkerland op zeeklei. Ook zijn er concentraties aanwezig rond de
Waddenzee, in de omgeving van de Zeeuwse wateren en in sommige jaren langs de grote rivieren.  
Vanwege zijn voorkeur voor agrarische en intergetijdengebieden komt de goudplevier maar zeer
ten dele voor in Natura 2000 gebieden.  

Verspreidingskaart goudplevier
 
Huidig voorkomen en Natura 2000: Gemiddeld komt naar schatting 42% van de goudplevieren
voor in Natura 2000 gebieden.
 
Gebied  Functie:  Gemiddeld  Gemiddeld 
foerage  seizoens-   seizoens- 
en/of  gemiddelde  maximum 
slapen  99/00-03/04  99/00-03/04
(001) Waddenzee  fs  19.200  
(115) Grevelingen  fs  2.600  
(118) Oosterschelde  fs  2.000  
(109) Haringvliet  f  1.600  
(122) Westerschelde & Saeftinghe  fs  1.600  
(119) Veerse Meer  fs  820  
(093) Polder Zeevang  f  790  
(012) Sneekermeergebied  f  520  
(008) Lauwersmeer  f  150  
(089) Eilandspolder  f  150  
(072) IJsselmeer  sf    9.700
Aantallen goudplevieren in Natura 2000 gebieden
 
 
4. Beoordeling landelijke staat van instandhouding
 
Trends in Nederland: Uit vangstgegevens van de vogeljagers, zogenoemde ‘wilsterflappers’ blijkt
dat de goudplevier in de periode van 1900 tot 1980 geleidelijk in aantal is toegenomen. Mogelijk
komt dit door een in ons land en de omringende landen geleidelijk verminderde jacht op de soort.
De hoogste aantallen ooit van de goudplevier -ruim 400.000 vogels - zijn geteld in november 1976
en november 1978. Daarna zijn de aantallen in veel gebieden tot in de jaren negentig afgenomen,
bijv. in Groningen, (meer dan 50% afname), de IJsseldelta (-83%) en Noord-Holland (-70%). In de
getijdengebieden is goudplevier echter in aantal toegenomen. 

Recente ontwikkelingen: Tellingen in de gebieden van het zogenoemde ‘Watervogelmeetnet’
vertonen een matige toename van de goudplevier na 1981 (1981-2003) en ook een matige
toename over de meest recente periode 1995-2003. Omdat de goudplevier veel in agrarische
gebieden voorkomt, zijn deze tellingen niet representatief. Waarschijnlijk is de populatie van de
goudplevier landelijk gezien eerder stabiel dan toenemend.
 
Beoordelingsaspect natuurlijk verspreidingsgebied: zeer ongunstig
In het binnenland is het verspreidingsgebied van de goudplevier ingekrompen door het verlaten
van traditionele pleisterplaatsen. 
 
Beoordelingsaspect populatie: gunstig
Het seizoensmaximum (in oktober – november) van de in Nederland pleisterende goudplevieren
lijkt in de laatste jaren stabiel gebleven. In oktober 1996 werden 195.000 goudplevieren geteld en
in november 2003 222.000.
 
Beoordelingsaspect leefgebied: matig ongunstig
Ouderwets grasland verdwijnt en monotone grasmatten, die vaak opnieuw ingezaaid worden,
komen daarvoor in de plaats. Dat is nadelig voor de goudplevier. Anderzijds lijken wadplaten de
goudplevier enig geschikt alternatief te bieden, mogelijk door het toenemen van wormen in de
wadbodem.
 
Beoordelingsaspect toekomstperspectief: zeer ongunstig
Aangezien de goudplevier voornamelijk voorkomt in gebieden buiten Natura 2000 biedt de
Vogelrichtlijn nauwelijks mogelijkheden om de plaatselijk geconstateerde achteruitgang van de
goudplevier tegen te gaan. Het gebruik van agrarisch grasland zal verder intensiveren waardoor
het ongeschikt wordt voor de goudplevier. Het is niet te verwachten dat intergetijdengebieden op
termijn de goudplevier voldoende uitwijkmogelijkheden zullen bieden. 
 
Definitie gunstige staat van instandhouding: Herstel van de traditionele pleisterplaatsen op oud
grasland in het binnenland is vereist voor een gunstige staat van instandhouding van de
goudplevierenpopulatie.
 
Oordeel: zeer ongunstig

5. Bronnen

   Cayford J. 1993. Wader disturbance: a theoretical overview. Wader Study Group Bull. 68
(Supplement): 3-5.
   Clemens T. & Lammen C. 1995. Windkraftanlagen und Rastplätze von Küstenvögeln -ein
Nutzugskonflikt. Seevögel 16: 34-38.
   Davidson N.V. & Rothwell P. 1993. Human disturbance to waterfowl on estuaries: conservation
and coastal management implications of current knowlegde. Wader Study Group Bull. 68
(Supplement): 97-105.
   Ens B.J., Wintermans G.J.M. & Smit C.J. 1993. Verspreiding van overwinterende wadvogels in
de Nederlandse Waddenzee. Limosa 66: 137-144.
   Jukema J., Piersma T., Hulscher J.B., Bunskoeke E.J., Koolhaas A. & Veenstra A. 2001.
Goudplevieren en wilsterflappers. Fryske Akademie/KNNV, Leeuwarden/Utrecht.
   Ketzenberg C. & Exo K.-M. 1996. Habitat choice of migrating Golden Plover (Pluvialis
apricaria). Verh. Dtsch. Zool. Ges. 89: 309.
   Kleefstra, R. & D. Tanger, 2004. Hoeveel ‘steltjes’ in het binnenland in het najaar 2003? SOVON
Nieuws 17 (2): 9-10.  
   Koffijberg K., Blew J., Eskildsen K., Günther K., Koks B., Laursen K., Rasmussen L.M., Potel P. &
Südbeck P. 2003. High tide roosts in the Wadden Sea. A review of bird distribution, protection
regimes and potential sources of anthropogenic disturbance. Wadden Sea Ecosystem 16.
CWSS/TMAG/JMMB, Wilhelmshaven.
   Leopold M.F., Smit C.J., Goedhart P.W., Van Roomen M., Van Winden E. & Van Turnhout C.
2004. Langjarige trends in aantallen wadvogels in relatie tot de kokkelvisserij en het gevoerde
beleid in deze; eindverslag EVA II (Evaluatie schelpdiervisserij tweede fase) Deelproject C2.
Alterra-rapport 954. Alterra, Wageningen.
   Schothorst E. & Veenendaal D. 1999. Verstoring van vogels langs de Groninger Noordkust. De
Grauwe Gors 27 (1): 7-13.
   Schreiber M. 2000. Windkraftanlagen als Störquellen für Gastvögel. In: Winkelbrandt A., Bless
R., Herbert M., Kröger K., Merck T., Netz-Gerten B., Schiller J., Schubert S. & Schweppe-Kraft B.
(eds), Empfehlungen des Bundesamtes für Naturschutz zu naturschutzverträglichen
Windkraftanlagen. Bundesamt für Naturschutz, Bonn-Bad Godesberg.

  Spaans B., Bruinzeel L. & Smit C.J. 1996. Effecten van verstoring door mensen op wadvogels in
de Waddenzee en de Oosterschelde. IBN-rapport 202. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek,
Wageningen.
   Winden J. van der, Teunissen W.A. & Engelmoer M. 1996. Niet-broedende watervogels in
Nederlandse grasland-ecosystemen. Werkdocument IKC Natuurbeheer nr. W-112. W
 



Voeg deze pagina toe aan uw favoriete Social Bookmarking websites
Reddit! Del.icio.us! Mixx! Free and Open Source Software News Google! Live! Facebook! StumbleUpon! nujij msnrep ekudos TwitThis Joomla Free PHP